Auke Bijlsma en wei wu wei

Brief aan een overleden vriend

Auke, het leven is te belangrijk om het alleen aan de levenden over te laten, en de doden er niet in te betrekken. Het Egyptische Dodenboek laat de levenden tegen de doden zeggen: “Strek uw handen naar ons uit want wij zijn één der uwen.”

Gesterkt door die wijsheid, schrijf ik je deze brief.
De aanleiding is een kort bericht aan Ingrid Foeken waarin ik meld dat de bijeenkomst in de Zuiderkerk op vrijdag, de dag dat je begrafenis plaatsvond, heel bijzonder was. De bijdragen van je broer Douwe en de andere sprekers van wie jij de namen* beter kent dan ik, hebben mij een inzicht in jou gegeven dat ik op verzoek van Ingrid met je wil delen. Met name Thomas, Geert en Frans vertelden over hun ervaringen met jou op z’n manier dat ik hun verhalen begon te koppelen aan je afwezigheid in je kist, je graf en Zuiderkerk.

Donderdagavond bezocht ik je in Uitvaartcentrum Elders, Kruislaan 235 Amsterdam, waar je lag opgebaard. Ik keek enige tijd naar je, wandelde rond je kist, zag een summiere glimlach rond je mond, verbaasde me over je hoge borstkas maar moest constateren dat je er niet was. Dit in tegenstelling tot andere gestorven vrienden. Ik vertel dit aan Colette en je broer Douwe. Colette zegt: ik voelde hem niet. Douwe zegt: je kunt zien dat het afscheid moeilijk was voor Auke. Ik antwoord: ongetwijfeld, maar hij heeft een glimlach rond zijn mond. Op dat moment kijk ik naar een klein kind in een wandelwagentje die eenzelfde uitdrukking in zijn gezicht heeft als jij. Ik weet dat er geen bloedband is tussen jou en het kind maar het is alsof je via dit jonge kind aanwezig bent, maar niet in eigen persoon.
De volgende dag wandelen we met honderden mensen langs je graf met de witte rozen. Opnieuw dezelfde ervaring: Auke is hier niet. Op de terugweg wisselen een man en ik enkele woorden over jou. Hij zegt letterlijk: hij, jij dus, is ver weg.

Ik knik bevestigend en denk aan de vogels die in jouw leven zo’n belangrijke rol speelden, en van wie de engelachtige beelden met hun geknotte vleugels zonder hoofd op de begraafplaats Santa Barbara een christelijke imitatie zijn. Jouw vogels en de engelen riepen op dat moment het beeld op van de twee vogels en de twee zielen uit de pre-islamitische traditie op het Arabisch schiereiland. De Arabieren in de tijd vóór Mohammed geloofden dat een mens twee zielen heeft.

De één bevindt zich in de borstholte en verlaat het lichaam meteen na de dood om daarna in de atmosfeer te zwerven, een soort bovenwereld. De tweede ziel bevindt zich in het bloed en blijft na de dood in het lichaam tot aan de complete
ontbinding van het lijk. Bij het verlaten van het graf neemt het de gestalte aan van een vogel, in het Arabisch hâma of
sadâ, een soort uil die in ruïnes en begraafplaatsen leeft. Hoe lang de ziel in die gestalte blijft bestaan en wat haar uiteindelijke bestemming is, is niet bekend, schrijft de islamoloog Ghassan Ascha in een door mij geredigeerd boek Over
Leven en Dood. Ik heb hem hier vrijwel letterlijk geciteerd. Nog een mooi niet onbelangrijk detail: men sloeg tenten op bij het graf van de doden, bracht offers en groette de dode bij het passeren van zijn graf.
Terug naar onze ervaring na je dood: Auke is vertrokken; Auke is ver weg.
Terwijl ik wachtte in de Zuiderkerk op de aanvang van het officiële gedeelte, las ik het interview van Stan* met jou op jullie reis naar je geboortestreek in Friesland. Stan is groots in de manier waarop hij je laat praten en zichzelf langzaam uitwist zodat er een zelfportret ontstaat.
Met dat zelfportret wil ik beginnen, niet via je eigen woorden in Stan’s interview maar via de woorden van Petra. Jij hebt haar kennelijk een keer gevraagd jouw goede eigenschappen te beschrijven in een brief van haar aan jou. Alleen al het idee om zoiets aan je geliefde te vragen is een meesterlijke zet op het schaakbord van een relatie, en verdient zonder meer navolging. Maar mij gaat het hier om jouw eerste positieve eigenschap uit Petra’s brief. Jij bent in staat ongeacht een gegeven situatie, aldus Petra, om binnen die situatie de best mogelijke keus te maken, en dit keer op keer.

Vanuit de aloude filosofische vraag over determinisme en vrijheid, betekent dit dat jij die beide polen: onvrijheid en vrijheid, naadloos hanteert, alsof je een leven lang Spinoza bestudeerd hebt. Ik verwacht van niet want daarvoor nam je
geen tijd maar interessanter dan een antwoord op die vraag, is het feit dat Petra dit schrijft, en dat de verhalen in het officiële gedeelte van de herdenking dit keer op keer bevestigen, of ze uit de mond komen van Geert, Frans of Hendrik. Het vermogen steeds de goede keuzes te maken betekent dat jij hebt gevoeld, gedacht en gehandeld vanuit je diepste 'bron’ waar zijn en niet-zijn samenvallen; waar volheid en leegte samengaan. Jouw liefde voor ruimte, met name zeeën en oceanen; je band met vogels en stilte; het eindeloze klotsen van de golven op de dijk nabij Sexbierum, het dorp van je jeugd; de Nieuwmarkt en Amsterdam; de politiek en de natuur. Al die verhalen in de Zuiderkerk vertellen iets over die bron, een ander woord voor de essentie van leven en de nooit ophoudende transformatie van alles dat is.

Terwijl ik dit schrijf, word ik mij bewust dat ik niet zo over jou dacht vóórdat ik de Zuiderkerk binnenging na buiten geluisterd en gekeken te hebben naar het luiden van de torenklok  “de Vrijheid” door Sonja van der Ent. Bij mij begon dit prille ‘inzicht’ in jouw persoonlijkheid te dagen door het verhaal van Thomas over hun treiterijen naar jou toe, omdat hun huis, het huis van Petra, ook jouw huis werd. Jij was in staat lachend te reageren op de uitdagingen van drie pubers zonder vernederend te zijn, zelfs toen je gespuugd werd. Je bleef ‘onbewogen’ tegenover hun gemoedstoestand, terwijl je hen liefde en vriendschap bleef geven. Toen besefte ik dat jouw onbewogenheid in je houding tegenover de drie zonen van Petra, in de Chinese taoïstische traditie geduid wordt als wu wei en wei wu wei, doorgaans vertaald met ‘non-actie’ en ‘actie in non-actie’. Dit is een staat van bewustzijn en handelen waarin iedere vorm van niet-natuurlijkheid afwezig is; waar het handelen voortkomt uit een vanzelfsprekende organische kosmische kracht.

De vogel in die borstkas van jou was kennelijk zo sterk dat hij die andere vogel, die tweede ziel, in zijn kielzog heeft meegezogen terug de kosmos in, waardoor wij je niet meer aanwezig voelden.

Auke, dank voor je wei wu wei.

Fons Elders

Kapberg, Warder
5 April 2012

* Stan van Houcke, Thomas van Luyn, Wouter van der Weijden, Geert Mak, Hendrik Battjes, Frans Martens, Martijn van
der Molen.

Auke Bijlsma stierf op 26 maart 2012; begrafenis en herdenking in Zuiderkerk op 30 maart 2012.