Herinneringen – nee, levende herbelevingen – met Auke Bijlsma

door Pieter Bol


Het zou me niet zwaar vallen om 65 herinneringen te melden, maar deze vijf voldoen. Omdat in alle grotere en kleinere voorvallen en gebeurtenissen een uniek mens zich kenbaar maakt. Want we hebben het hier wel over Auke Bijlsma.

Achteraf gezien tonen deze verslagjes vijf belangrijke aspecten van onze dappere vriend.
Nieuwsgierigheid – vriendschap – kracht – trouw - moed

Auke en ik rijden in 1976 op de fiets van Schingen over Slappeterp naar Peins en Schalsum. Voor mij is Friesland, en eigenlijk heel Nederland, een plat land, geen reliëf te bekennen. Maar hij toont me rechts van de weg nauw merkbare ruggen, rillen, en vertelt over de eeuwige wisselwerking van water en land, vooral in dit geliefde stuk Friesland. Ik ken wel wat biologen, maar zo’n gulzige indrinking van allerlei kennis en zo’n gulle uitdeling daarvan, is uniek. Hier start mijn bewondering voor dit aspect van Auke. Er zullen vele andere aanleidingen voor bewondering komen.

1990. Petra is overleden. Haar uitvaart is indrukwekkend. Auke werkt bij NWO in Den Haag, ik werk op een steenworp afstand bij de Gezondheidsraad. We hebben in de paar jaar ervoor niet veel contact meer gehad. Maar we pakken steeds de draad heel gemakkelijk weer op. Nu, na dit grote verlies, is duidelijk dat hij heel veel belangstelling en steun ontvangt maar niet echt de kans krijgt om over essentiële dingen te praten. Op een paar uitzonderingen na. Ik mag er daar een van zijn. We praten op een van onze kantoren maar ook wel in een lunchroom of broodjeszaak. Hij is blij dat iemand zijn onderwerpen niet schuwt en ik ben blij dat ik zijn luisterend oor mag zijn want ik heb hem heel hoog.

Het is 1993 of 1994. Op een zinderende zomerdag fietsen vijf mensen over de Diemerzeedijk van Amsterdam naar Muiden. Twee meiden uit het Zebrahuis aan de Sarphatistraat, Petrina en Sylvia, verder dokter Joop van de Pol, en Auke en ik. Voorbij het Pentagon-eilandje halverwege gaan de kleren uit en wordt er gezwommen. Auke is niet erg goed ter been maar hier is hij in zijn element. Hij zwemt de zee in en na een tijdje is zelfs het stipje van zijn hoofd niet meer te zien. Hij is niet helemaal bij Pampus geweest maar het scheelde niet veel. Na lange tijd is hij weer terug, die man is sterk als een beer.

Lopend door Franeker wijst hij mij op de instelling, vlak bij de kaatsbaan en de ‘Bucht van Guinee’, waar zijn moeder verblijft. Dementerend. Na haar overlijden besteedt de familie haar karige erfenis aan het toegewijde personeel dat haar zo liefdevol verzorgde. Hulde. Door Auke leer ik Hermien Menalda kennen die met hartstocht de onnoemelijke schoonheid van onze rivierdijken plus landschap verdedigt. En zo kom ik in contact met nog meer mensen die op de bres staan voor deze nationale erfenis. Drie van hen zijn de ‘Bomendames’ in Voorst, Gelderland, bij de Bomendijk aan de westelijke IJsseloever. Drie zeer beschaafde burgeressen die het hart op de juiste plaats hebben, een uiterst verzorgd ouderwets Nederlands spreken en kordaat te midden van ons activisten hun vrouwtje staan. We worden vrienden, in overeenstemming met wat Auke aan het eind van de inleiding tot zijn boek vertelt. Na enkele jaren blijkt Anneke Strijbos, lievelingsnicht van de vogelman Jan, ernstig dementerend. Auke, als ervaringsdeskundige, organiseert onmiddellijk een expeditie naar Voorst. Daar gaan Petrina en ik met Anneke op stap en heeft Auke de gelegenheid om Anneke’s partner, Renée de Jonge, een hart onder de riem te steken. Zij is hier heel dankbaar voor.

Vrijdag 23 maart 2012. De voorkamer aan de Zwanenburgwal kijkt uit op een laaiende lente. Auke ligt op zijn linkerzij en overschouwt het Waterlooplein, voor zover hij dat nog kan. Een fotografe, een drukker en een eindredacteur komen met een geschenk. Zij zijn niet de drie koningen bij een pasgeboren uiterst bijzonder kind, maar de mede-afsluiters van het leven van een zeer uniek iemand. Ongetwijfeld ervaart Auke dit ook zo. Hij kan dit anderhalve kilo zware boek niet vasthouden, dus Martijn laat hem diverse aspecten zien, maar niet langer dan twee minuten. Eerst de rug met zilverstempel. Dan de titelpagina’s en de inleidende stukken. Daarna de enige tegenover elkaar geplaatste portretten: Auke, groot, rechts, en Petra, kleiner, links. Hij is ontroerd. Dan de 65 portretten, steeds rechts, ze toont een greep. Dan de stukjes met pasfotootjes. En vervolgens de drie na-stukken plus Colofon. Martijn doet dit heel professioneel en liefdevol. Ingrid maakt een paar foto’s. Dit is de laatste maal dat de werkgroep van vier bijeen is. Ingrid zet het boek op de vensterbank met de bladzijden open bij de portretten van Petra en Auke. Hij kan weinig uitbrengen maar uit alles blijkt dat het heel sterk op hem inwerkt. Een beetje het ‘locked in syndrome’. We raken hem weer aan en zeggen gedag.

Dag lieve Auke, er zal nooit meer iemand zijn zoals jij.

Pieter Bol, maart 2012