De actiejaren

Auke Bijlsma 'De actiejaren' door Haije Bouwman

Vijfendertig jaar geleden was Auke Bijlsma een milieubewuste biologiestudent en voerde hij actie voor het behoud van de Nieuwmarktbuurt. Ondertussen is hij decennialang milieubioloog bij een internationale organisatie die subsidies verdeelt en daarnaast het langstzittende lid van de van de gemeenteraad, tegenwoordig ook als vice-voorzitter. Hij was van grote betekenis was voor de buurt. Daarom pakken we hier uit met maar liefst twee interviews met Auke. Het ene belicht zijn actiejaren, het andere gaat in op zijn persoonlijke leven.

"De Warme Stad”, zo vat Auke Bijlsma (1946) de idealen samen waarmee hij zich twee decennia lang inzette voor het behoud van de Nieuwmarktbuurt. En hoe vriendelijk dat ook klinkt, de beschrijving van de actiejaren gaat in oorlogstermen. "Het was eigenlijk een soort verovering van de buurt. Elk stukje moest bevochten worden om datgene te krijgen, met de bestemming en de stenen, die de buurt in zijn hoofd had."

Auke nam, na een periode van ‘kat uit de boom kijken’, in 1971 voor het eerst initiatieven in de Aktiegroep Nieuwmarkt. "Dat was door de besluitvorming over de vierbaansweg. Toen dacht ik: dit kan niet. Je kunt niet beloven dat het een woonbuurt zal worden en tegelijkertijd een vierbaansweg, een metro en een parkeergarage voor duizend auto's aanleggen. Daar ben ik me in gaan verdiepen". De buurt wist de architecten te overtuigen van de waanzin van die ideeën. "Er was toen een grote zitting in het stadhuis, waarin de architecten zeiden: de buurt heeft gelijk, we doen het niet meer. Wij hadden wel zoveel stennis gemaakt op de publieke tribunes dat we er door de ordebewaarders uitgegooid werden".

Om de argumenten van de gemeente door te prikken deed Auke, samen met anderen, een tegenonderzoek. "We zochten uit waar die weg langs ging, hoeveel auto's er over moesten, hoeveel lawaai die veroorzaken en of alles voldeed aan de milieunormen. Ik ben geluidsberekeningen gaan doen bij TNO". Door op te bellen en te vragen ‘hebben jullie een rapport over geluidshinder’ kreeg Auke contact met TNO. Hij kreeg het rapport. “Dan lees je dat en vraagt of je een keer mag komen praten. Als student was het natuurlijk makkelijk om een afspraak te maken". Met de verzamelde informatie werd een rapport geschreven. "Dat was het eerste 'adres' aan de gemeenteraad vanuit de Aktiegroep Nieuwmarkt. Daarmee ben ik bij alle politieke partijen langs gegaan, want ik dacht: daar worden straks de beslissingen genomen.”

Door met ambtenaren en politieke partijen te spreken merkte Auke dat de gemeente geen gesloten blok vormde. "Ambtenaren organiseerden discussiebijeenkomsten. Bij hen woedde dat debat ook. Ik heb in 1971 een verhaal gehouden voor de Dienst Stadsontwikkeling in het Wibauthuis. Ik wilde zelf ook weten wat de ideeën van de directie waren. Ze bleken eigenlijk geen steekhoudende argumenten te hebben. Dus ik bracht tegen hun plannen in, dat de berekeningen van arbeidsplaatsen in de binnenstad niet klopten en dat de groei van woon-werkverkeer afnam. Wij zeiden, je kunt die huizen best weer opknappen, zodat je een gemengde buurt met wonen en werken krijgt. De directeur Stadsontwikkeling, De Gier, gaf als commentaar dat onze ideeën middeleeuws en nostalgisch waren. Hij vond dat hij zelf heel toekomstgericht bezig was".

De beslissende gemeenteraadsvergadering was op 5 januari 1972. Toen moest blijken of het onderzoek en lobbywerk van Auke zin had gehad. "Het was kantjeboord, maar met 22 tegen 21 stemmen werd het plan van de vierbaansweg verworpen. Dat was een belangrijke overwinning en een stimulering voor de verdere acties. Niet alleen hier, de hele discussie over de stad was nu echt losgebroken."

Ondertussen lag de metro te wachten op zijn vernietigende tocht door de buurt. Maar de Aktiegroep legde zich niet neer bij het tracé. Want waarom kon dat niet onder de Geldersekade door, dan hoefde je veel minder huizen af te breken. "Het ging ons niet om het transportmiddel, het ging ons om het beeld van de stad, van de sloop en wat er voor in de plaats zou komen, de grootschalige cityvorming." Door het succes van het vorige onderzoeksrapport begreep de Aktiegroep dat de dialoogstrategie en het bestrijden van de 'tegenstander' met zijn eigen wapens vruchten af kon werpen. En dus schreef Auke weer een onderzoeksrapport, nu voor een metrotracé via de Geldersekade. Op 2 mei 1972 werd dit rapport zelfverzekerd in de raadscommissie gepresenteerd. "Wij wisten die commissie er van te overtuigen dat de argumenten van Publieke Werken (PW) niet klopten. We hebben een gesprek met die directie afgedwongen. De directie PW zei bij aanvang van dat overleg: het is niet onze keus dat u hier zit, het moest nu eenmaal van de wethouder. Ik zei: ja, dat geldt voor ons ook. De top van PW, ingenieurs die al lang niet meer het handwerk deden, kwam met allerlei technische bezwaren. Ik heb al die bezwaren daar toen stuk voor stuk af zitten pellen. Bijvoorbeeld: u zegt dat de zandlagen te dun zijn. Nou, ze zijn dik genoeg, hier heb ik een boorkaartje, kijk maar! Ze vroegen verbaasd: hoe komt u aan die informatie? Ik zei: die gegevens heb ik bij uw eigen dienst grondmechanica opgevraagd."

Een ander argument tegen het voorstel van de Aktiegroep was dat de bocht die de metro moest maken te scherp was. "Wij konden dat zelf niet berekenen. Maar dezelfde jonge ambtenaar die het plan van de gemeente had uitgerekend had dat voor ons tracé ook gedaan. Dus we wisten zeker dat het kon, maar we konden nu niet zeggen wie onze geheime informant was. We hadden prima lekken binnen het Wibauthuis. We hebben dus bewezen dat die metrobocht wel kon en we rolden op die vergadering een enorme kaart uit met passende 'boogstralen'. Je begrijpt dat die lui helemaal verbijsterd waren: hoe hebben jullie dat klaargespeeld? Ik zei: dat hebben we door onze deskundigen laten uitrekenen. U hoeft het niet te geloven, laat het maar door uw eigen diensten narekenen. Toen kwamen ze bij diezelfde ambtenaar terecht en die zei natuurlijk dat het wel kon. Op het moment dat dit bekend werd schreef zelfs de Telegraaf: "Je kunt veel van de Aktiegroep zeggen, maar ze hebben wel die machtige dienst Publieke Werken verslagen.” En daar kwam het in feite wel op neer, ze waren verslagen op hun eigen technische gebied. Dat konden ze helemaal niet uitstaan, hun macht werd aangetast. Wij waren jong en zij zagen ons als een stelletje relschoppers die niet wisten waar ze het over hadden. Zo was de verhouding, zeker in de zestiger jaren. Ik leerde me te verdiepen in hun argumenten en hoe je ze moet ontzenuwen. En ik leerde dat als je concrete alternatieven op tafel legt, dat zij dan moeten zeggen waarom het niet kan."

In de gemeenteraad staakten de stemmen over het alternatieve metrotracé twee keer, waarna de Aktiegroep het onbevangen hogerop zocht bij de Tweede Kamer. "De overheid financierde de metro voor 95 procent. We zeiden tegen de kamerleden: het loopt flink uit de hand met de kosten. Wij hebben een goedkoper en een beter alternatief. U hoeft ons niet te geloven, want wij dringen aan op 'een onafhankelijk onderzoek'.” De Kamercommissie was overtuigd, eiste en kreeg een onderzoek. Inmiddels was het kabinet Den Uijl aangetreden. "Toen die in de gaten kregen dat het onderzoek onze richting opging werd het stopgezet. Het argument was dat een rapport van Rijkswaterstaat al had uitgewezen dat het Geldersekade tracé miljoenen duurder zou worden. Wij hadden ondertussen ook bij Rijkswaterstaat lekken gecreëerd en we kregen dat zogenaamde rapport in handen. Dat bleek maar anderhalf velletje te zijn, het was helemaal geen rapport. Ik heb het aan een kamerlid laten zien. De Tweede Kamer heeft toen nog verklaard dat het geen echt rapport was, maar het kabinet Den Uijl steunde natuurlijk de Amsterdamse PvdA van wethouder Lammers. Op die manier is het huidige metro tracé er doorgedrukt."

Op 13 februari 1975 werd Amsterdam opgeschrikt door de vondst van een bom bij het in aanbouwzijnde metrostation Bijlmer. "Ik lag toen in het ziekenhuis en een van de bezoekers vertelde opgewonden: ‘Een bom, mensen opgepakt’. Ik zei, nou en, daar hebben wij toch niets mee te maken? De volgende ochtend berichtte het bezoek dat B&W beweerden dat wij het dan wel niet gedaan hadden, want de daders van een rechtse club waren al gearresteerd, maar 'dat de actiegroep verantwoordelijk is voor het politieke klimaat waarin dit kan gebeuren'. Dat lieten we niet op ons zitten. We hebben daar, rond mijn ziekenhuisbed, alle argumenten doorgesproken met een advocaat. We wilden bewijzen dat we alles altijd keurig via de parlementaire weg gedaan hadden. De rechter gaf ons in een kortgeding gelijk en B&W moesten op de voorpagina van alle bladen publiceren dat ze ons ten onrechte beschuldigd hadden. Daar is nooit iets van blijven hangen. Het is heel goed dat we dat gedaan hebben." Naar aanleiding van die uitspraak traden twee wethouders af, Roel Van Duyn had zich gedistantieerd van B&W en Han Lammers nam zijn verantwoordelijkheid.

In 1975 waren in de Nieuwmarktbuurt de laatste ontruimingen. Nu kwam de periode van de wederopbouw. De vraag was, wat en hoe wordt er gebouwd? De naam ‘Aktiegroep’ verdween naar de achtergrond en werd het 'de Bewonersraad'. Maar de opvolger van wethouder Lammers kwam eveneens uit het kamp van de grootschalige functionalisten en zette het beleid voort. Auke: "Toen heb ik gezegd: al onze democratische middelen zijn uitgeput, we hebben het allemaal geprobeerd. Als de stad niet wil, geen fatsoenlijk bestemmingsplan en niet aankopen, dan lassen we alle panden dicht, we schilderen ze op, we maken het zo moeilijk mogelijk om ze te slopen. We hebben deze hele strijd niet gevoerd om straks alleen maar een buurt voor de happy few over te houden. Wij willen sociale woningbouw en we willen dat de bewoners terugkomen. Dat vertikte de wethouder, er werden helemaal geen nieuwbouwplannen gemaakt. We hebben toen de stad geboycot. ‘OK, afgelopen, we overleggen niet meer met jullie. Maar we zullen er voor zorgen dat hier geen steen op de andere gebouwd wordt, als dat niet voor de buurt zelf is’.

Gelukkig waren er in 1978 verkiezingen waarbij de megalomane functionalisten binnen de PvdA het onderspit moesten delven. De 'kleinschaligen' Van der Vlis en Schaeffer namen hun posities als wethouder over. Auke: "Zij hebben zich geconcentreerd op het verdichten, in de stad zelf bouwen en, onder druk van de buurt, het op grote schaal aankopen van panden" Dat betekende niet dat daarmee alle problemen verdwenen waren. "Ze probeerden steeds de buurt te splijten, door apart met verschillende groepen te praten. We hebben gezegd: nee, er is maar één overlegorgaan, dat is de openbare vergadering van de bewonersraad."

Door verdeeldheid binnen de gemeente werd er geen nieuwe visie ontwikkeld. De Bewonersraad had wel een heel duidelijke visie en kon steeds meer veranderingen afdwingen. In feite slaagde de buurt er in om de gemeente voor een groot deel buiten spel te zetten. "We hebben gezegd: wij vinden dat architectenbureau Bos en van Eyk toezicht moet houden op het stedenbouwkundige plan, het stratenpatroon, en zij moeten de kleinschaligheid bewaken, dat was echt nieuw in die tijd. Het betekende feitelijk dat je daarmee de machtige Dienst Stadsontwikkeling uitgeschakelde. Die hadden ineens niets meer te zeggen over dat hele stuk stad. Aanvankelijk wilden ze op de metro geen bebouwing want dat was duurder. Wij hebben gezegd: nee, je moet zorgen dat dat litteken verdwijnt." Ook hierin kreeg de buurt haar zin. Om de metrobuis werd een soort jukconstructie gebouwd en de huizen in onder andere de St. Antoniesbreestraat werden op rubberblokken op de versterkte metrobuis gebouwd.

De Bewonersraad had nu het heft volledig in handen en ging verder met het besturen van de wederopbouw. Auke: "We hebben een keer in het Pintohuis bijelkaar gezeten met een kaart van de Nieuwmarkt en de buurt in stukjes verdeeld onder onze eigen jonge architecten; jij hebt je daar al mee bezig gehouden, dan krijg jij dat, en jij dat stukje, enzovoort. Zo is dat gegaan." De Bewonersraad koos vervolgens ook haar eigen woningbouwvereniging en de strijd ging verder, niets kregen ze cadeau. Economische Zaken wilde in de Sint Antoniesbreestraat op de begane grond bergingen maken. "Wij wilden bedrijven voor starters, dat is de huidige winkelarcade. We wilden een energiezuinig project, er zijn allemaal energiezuinige dingen gedaan. We wilden menging van bejaardenhuis en gewone woningen, die is er ook gekomen.” Auke werd voorzitter van de stichting Buurtvoorzieningen de Flesseman. "Bij de Tweede Kamer hebben we voorzieningen voor ouderen geëist om mensen zolang mogelijk zelfstandig te laten wonen. In 1994 is de Flesseman als Europees voorbeeldproject uitgeroepen door de Europese Commissie. Nu zijn er uitwisselingen met voorbeeldprojecten in andere landen."

Het voert hier te ver om alle stukjes van buurt die Auke Bijlsma mee heeft helpen veroveren te behandelen, hij zou er boek over kunnen schrijven. “Op de lange duur heeft onze strijd toch tot een omslag in het denken over de stad geleid. Wij wilden een stad waar mensen zich thuis voelen. Zodat mensen zeggen, ik woon in het Pentagon en dat ze contact met elkaar hebben. Mensen moeten elkaar voortdurend ontmoeten zodat we niet geïsoleerd van elkaar raken. Dat moet liefst ook op een menselijke schaal in een gemengde wijk met verschillende inkomens. Ik kom uit een dorp en mijn ideaal is een stad met dorpse trekken. Dat je op weg naar huis een aantal mensen tegenkomt die 'Hoi' tegen je zeggen. Je kunt dat het concept van 'de warme stad' noemen, een binnenstad die je als een warme jas aantrekt. Nu, na een aantal jaren. zie je dat de buurt inderdaad gebruikt wordt, zoals je dat ongeveer voor ogen had."

Voor de toekomst van de buurt ziet Auke als 'worst case-scenario' dat ze alsnog een buurt voor de ‘happy few’ wordt. "Geleidelijk aan zie je dat huurwoningen verkocht worden tegen exorbitante prijzen die onbereikbaar zijn voor gewone mensen. Het zou doodzonde als dit zo door zou gaan, want Amsterdam is van oudsher een stad waar hoge en lage inkomensgroepen bij elkaar om de hoek wonen. Ik heb al vanaf begin zeventiger jaren gepleit voor een huurbelasting. Als mensen hier blijven wonen primair omdat ze een lekker laag huurtje betalen, dan moet je een huurbelasting invoeren. Het geld stop je in een volkshuisvestingspot om goedkope, betaalbare woningen mee te bouwen. Niemand heeft mij ooit uit kunnen leggen waarom je wel huursubsidie hebt en geen huurbelasting. Maar ik denk de meeste mensen hier echt voor de buurt wonen en niet vanwege de lage huur."

Auke kijkt tevreden terug op zijn actievoerderstijd. "Ik heb geen spijt van al die jaren ‘liefdewerk oud papier’. Je werkt intensief samen met mensen, waarmee je altijd nog een bijzondere band hebt, het is zo’n gevoel van dat je weet bij wie je kunt onderduiken. Voor al die mensen die jarenlang in de bewonersraad hebben gezeten, was het ook allemaal vrijwilligerswerk. Ik ben heel blij dat ik bij de Nieuwmarkt betrokken ben geweest. Ik denk nu niet anders dan toen. Opkomen voor een beter milieu en voor een ‘warme stad’. Dat doe ik nog steeds."

bron: http://www.opnieuw.nu/html/page.php?page=77